WOORDJE
KERKSCHIP ST. JOZEF
Een gebed voor de vakantie God, geef mij een hart dat vakantie kan nemen, zich even uit het gareel van de zorg en de verantwoordelijkheid los kan maken, de aarde kan proeven en ruiken en de lucht en het water en de mensen erbij. Geef mij een hart, God, dat – klein als een kind – de verrassing beleeft van elke nieuwe morgen en elke nieuwe horizon, dat zich laat drijven op de wolken en gaat rusten in een ondergaande zon. Geef mij een hart dat nog kan luisteren naar de vogels en kan glimlachen bij de verre geluiden van koeien als de morgen begint. Geef mij een hart dat nog op de uitkijk staat naar vreemde mensen en andere dingen en gelukkig is om hun anders-zijn. Geef mij een hart dat nog kan spelen, en alles kan vergeten bij een bal in het water of een kind in het zand. Geef mij een hart God, een open hart en open handen om naar mensen toe te gaan, te luisteren naar hun verhalen en te snoepen van hun vriendschap als de avond valt. Geef mij een hart dat uitnodigt – als een rustbank in de zomer – iedere voorbijganger, ieder mens langs de baan. Geef mij een hart dat zich wil bekeren tot de eenvoud en het geluk om kleine dingen, een hart dat kan bewonderen, zonder te bezitten, en kan bidden zonder woorden, een hart dat doorheen de dingen kan schouwen naar Uw oneindigheid. God, geef mij een hart dat vakantie kan nemen zoals Gij, op die zevende dag, toen alles weer goed was wat Gij had gemaakt. En of ik dan in een vliegtuig zal stappen of mijn fiets zal gebruiken, of ik de andere kant van de wereld of de andere kant van mijn dorp zal zien, of de kracht van mijn lichaam zal meten met de golven, of stil van de zetel naar het bed zal gaan, geef mij een hart dat vakantie kan nemen …en dan is het feest al begonnen. Manu Verhulst Bron: Eensgezind volharden in gebed, Brepols, Turnhout, 1988, p. 530-532.